Dispositie Steinmeyer-orgel

Dispositie van het Steinmeyer-orgel (1922) opusnr. 1341

Hoofdwerk (C-g”’)Zwelwerk (C-g”’)Pedaal (C-f’)
Prestant 16′Bourdon 16′Prestant 16′
Prestant 8′Vioolprestant 8′Subbas 16′
Viola da gamba 8′Viola 8′Gedekt 16′
Gemshoorn 8′Salicionaal 8′Octaafbas 8′
Gedekt 8′Vox coelestis 8′Fluitbas 8′
Fluit major 8′Jubalfluit 8′Octaaf 4′
Holpijp 8′Roerfluit 8′Bazuin 16′
Octaaf 4′Prestant 4′Trompet 8′
Holfluit 4′Nachthoorn 4′
Quint 2 ⅔’Flute dolce 4′
Octaaf  2′Nasard 2 ⅔’
Cornet DVFlageolet 2
Mixtuur III – VSexquialter II
Fagot 16′Clarinet 8′
Trompet 8′Hobo 8′
Tremulant

In totaal 2360 pijpen (hoofdwerk 1122, zwelwerk 1028, pedaal 210) en 27 “speelhulpen” w.o. 2 vrije combinaties, 4 vaste combinaties, 7 koppels, pianopedaal, generaalzweller, etc.